Ambulante revalidatie

Nog zo’n mooi effect van de huidige revalidatie. Ambulante therapie. Je vraagt je misschien af waarom ik zo expliciet benoem dat ambulante therapie onder supervisie van de specialist ouderengeneeskunde is. Twee redenen. Nummer één: voorheen konden wij geen patiënten thuis behandelen. Want er is geen tarief voor de specialist ouderengeneeskunde in de 1e lijn. Dankzij de ambulante revalidatie kan dat nu wel. Inclusief huisbezoek als dat een meerwaarde heeft. Ten tweede omdat het in de regelgeving staat. Zolang de specialist ouderengeneeskunde oordeelt dat er sprake is van een revalidatievraag die onder de DBC-indicatie valt mag er ambulante therapie gegeven worden.

Als een patiënt in het verleden met ontslag ging, dan zagen we die patiënt niet meer. Tenzij hij de pech had om nog een keer te vallen of nog een nieuwe heup te krijgen. We hadden geen idee hoe het de patiënt na ontslag verging. Voldoende gerevalideerd? Iets over het hoofd gezien? Wij kregen dat niet in beeld. Nu kunnen wij door het inzetten van ambulante therapie na ontslag bij de revalidant thuis langs gaan. Om te kijken of de patiënt zich redt, de medicatie overdracht goed is gegaan, de thuiszorg inzet goed voldoende is. Zijn er misschien nog nieuwe revalidatiedoelen naar voren gekomen nu de patiënt thuis zijn eigen activiteiten weer moet oppakken? Het ambulante traject heeft ons inzicht in wat wij klinisch moeten trainen behoorlijk veranderd!

Aan deze nieuwe financiering zit ook een keerzijde. Van het revalidatieteam wordt verwacht dat wij op dag één kunnen voorspellen hoe lang de revalidatie duurt. Waardoor men de neiging krijgt om alleen naar de opnamediagnose te kijken. En tijdens het revalidatieproces alleen op deze diagnose te focussen. Waardoor bijvoorbeeld bij een nieuwe heup niet gezien wordt dat de patiënt een klapvoet heeft gekregen. Of het wordt wel gezien maar er wordt geen actie op ingezet. Op het moment dat het behandelteam vervolgens van mening is dat de patiënt naar huis kan, hij kan immers weer lopen, gaan de alarmbellen af bij de patiënt of bij de familie. Dan komt naar voren dat het thuis toch al erg moeilijk ging. Of dat hij met deze voet echt niet zijn trap op kan. Want de trap in het revalidatiecentrum is heel anders dan de trap thuis. Dan sta je als SO (en als behandelaar) voor een dilemma. De patiënt toch naar huis sturen? Ook al voel je dat dit wellicht niet zo’n goede keuze is? Of toch maar verlengen? Verdeeldheid in het team!

Er is een manier om dit te voorkomen. Namelijk door in het begin van de revalidatie tijd te maken om in gesprek te gaan over het algemeen functioneren. Aan de familie te vragen hoe de patiënt zichzelf redde. Bij de thuiszorg navraag te doen. Door in de eerste week goed uit te vragen hoe de patiënt aankijkt tegen zijn situatie en hoe de familie dit ervaart. Voelt de mantelzorger zich overbelast? Zo wordt zichtbaar welke zaken aandacht moeten krijgen. Een huisbezoek vroeg in het proces, bij voorkeur in de tweede week. Dan wordt helder hoe de leefsituatie is. Want wie in een keurig appartement met lift woont hoeft minder te kunnen dan iemand die in een kleine dijkwoning woont waar binnen het huis steeds niveauverschillen moeten worden overwonnen. En iemand die goed kan onthouden wat de instructies van de therapeut zijn zal sneller herstellen dan iemand die steeds vergeet wat hij gisteren heeft geleerd. 

Door doelen te stellen die passen bij wat deze mens moet kunnen wordt het makkelijker om te voorspellen wat er nodig is aan behandelingen. En in te schatten hoe lang het gaat duren om de doelen te halen. En door goed te kijken naar wat iemand kan én waar hij hulp bij nodig heeft kan de overgang naar huis beter worden geregeld. Door gericht een vraag mee te geven aan de thuiszorg. Of door het inschakelen van een casemanager. En door bij de overgang naar huis een warme overdracht te regelen met een transmurale begeleider krijgt de patiënt en familie het vertrouwen dat er goed wordt gekeken of het thuis wel gaat. En als dat onverhoopt niet zo is, dan kan de patiënt altijd nog terug. In de praktijk blijkt dat dit zelden nodig is. 

Het revalidatieteam heeft ook meer vertrouwen gekregen. Voorheen werd nogal eens gedacht: “dit gaat echt niet lukken thuis”. Door de ambulante therapie en het thuis trainen hebben wij geleerd dat er meer mogelijk is dan wij denken. En dat mensen zich best redden. 

De nectarine.

"Dit is echt een GRZ-patiënt."  "Nee, ELV want hij mag nog niet belasten." Een verhaal over de nectarine, pruim of perzik?


Lees verder

Durf jij te kiezen?

Kiezen we doen het allemaal. De ene persoon heeft er meer moeite mee dan de andere. Sommige mensen kunnen snel beslissen en blijven dan bij hun besluit. Andere mensen twijfelen langer en vinden het daarna moeilijk om zeker te weten dat ze een goede beslissing hebben genomen. In de geriatrische revalidatie hebben we dagelijks te maken met het maken van keuzes. Onze revalidanten hebben als kenmerkende factor dat zij veel problemen ervaren op meerdere domeinen en tegelijkertijd hebben zij een verminderde leer-of trainbaarheid. Soms leidt dat maken van keuzes tot verschillende inzichten en discussies in het MDO. Want in dat overleg zijn we gewend om af te spreken wat we gaan doen. Hoe bereiken succesvolle mensen hun doelen en wat kunnen wij daarvan leren in de GRZ?

 


Lees verder

“U kunt naar huis.” “Ik dacht het niet.”

Omgaan met verschil van inzicht. Patiënten die "uitgerevalideerd zijn" en toch niet naar huis kunnen. Sommige organisaties hebben zelfs een hoteltarief voor als de patiënt weigert naar huis te gaan.


Lees verder

Revalidatieprognose

Op de revalidatieafdeling waar ik tijdens mijn kaderopleiding werkte hadden wij afspraken gemaakt waar we in de intakefase aandacht aan zouden besteden. Met meetinstrumenten en vragenlijsten. En hoe dat in het revalidatiebehandelplan moest terugkomen. Hiertoe gestimuleerd door een opdracht uit de kaderopleiding.
Lees verder

Het MDO

Op weg naar huis

Heb jij ook wel eens het gevoel dat het schip al is uitgevaren zonder dat de bestemming is bepaald?


Lees verder

Geniet jij van je werk?

Ik pak een krukje, doe mijn bril af en glimlach ... Ik ga eens rustig zitten en vertel wat over mezelf. Iets om het ijs een beetje te breken.

 

 


Lees verder